Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij NO. 3 (L. O.) was met 't gewone i c.M. object in de schemering geen gezv. te vinden. Eerst met een 5 c.M. object werd een dus slecht percipieerende zone gevonden. Hier werd de laagste EG. gevonden, 't Groote object is in geen enkel ander geval voor het opnemen van het donkergezv. gebezigd.

Een verrassing leverde 't onderzoek der patiënten met sterk beperkt gez.v," doch behouden centrum, op. (5, 6, 7)

Bij pat. 2 (L.O.) met matig peripheer beperkt gezv, was gevonden: normale A.G., matig verminderde E.G., dus verminderde adaptatie. Nu verwachtte ik bij de genoemde patiënten ook normale A.G. en sterker verlaagde E.G. De 2e onderstelling bleek juist te zijn.

Echter bleek ook de A.G. lager dan normaal. De centrale deelen van het gez.v. zullen ook reeds ereleden hebhen.

Interressant is ook de onderlinge vergelijking van de gegevens bij pat. 5, 6 en 7 gevonden.

N°. 5 heeft een AG. die tot l/8 v. d. norm, een EG. die tot 1//42 v- d. norm gedaald is, verminderde adaptatie ; de centrale deelen hebben relatief weinig geleden,' in welke* richting ook de AV = 1 wijst.

Bij n°. 6 zijn A.G. en EG. ongeveer in gelijke mate verlaagd, (resp. 1/5 en 1/4 v. d. norm.). De AV. bedraagt n.c. V6. 't Sectorvorming gezv. reikt peripheer tot ruim o5 • Hiermee is de E.G. in overeenstemming.

Bij n°. 7 bedraagt de A.G. l/26 v.d. norm, de E.G. V5 ^ Vg' verhoogde adaptatie. De centrale deelen hebben dus blijkbaar 't sterkst geleden, de AV. is bdzs ü.

Bij nO "8 (postneuritische atrophie) is R. bij bYeeke papil en normaal gezv. een normaal verloop der licht-

Sluiten