Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veer horizontale lijn, die de verticale meridiaan bij 40° snijdt.

Centraal worden kleuren niet waargenomen. De buitengrenzen voor x-ood in de hor. meridiaan zijn 50 en 30° nas. De buitengrenzen voor blauw liggen overal even buiten die voor rood.

R.O. geen afwijkingen.

Het adaptatieonderzoek van het L.O. geschiedde na pupilverwijding; tijdens de lichtadaptatie is de pupil ruim 45, aan 't eind van 't onderzoek <6;.

Lichtgezichtsveld.

Donkergezichtsveld.

De AG. bedraagt 0.35, de EG. 5019, de adaptatiebreedte is dus ± 2 X zoo groot als bij OR.

Eenige keeren is ook 't min. perceptibile van 't R.O. (zonder mydriaticum) bepaald, waarbij geheel normale waarden werden gevonden. AG. 20,25. EG. 3090S. Dit oog heeft een normaal donkergezv., buitengrenzen boven ruim 50°, temp. 6o°, beneden 55° nas. 50°.

Van t L.O. ontbreken in het donkergezichtsveld de

Sluiten