Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bdzs. werd een zeer hooge EG. gevonden, nl. R. 83893. L. 73406.

De donkergezv. zijn bdzs. gelijk, buitengrenzen temp. 6o°, in de andere meridianen ca. 550.

5. H. M. v. B.

Lijdt sinds 1917 aan atrophia n. optici axialis. o. a.

Objectief geen afwijkingen behalve temporale bleekheid van beide papillae n. optici.

AV. R. 3/4/60. L. Veo-

Gezv. R.O.: centraal absoluut scotoom + io°, daarbuiten behalve naar boven, een minder gevoelige zóne, die zich tot ± 180 van F uitstrekt.

L. O.: als voor 't rechter, peripheer van de laatste zóne wordt een circulair gebied aangegeven, gemiddeld ± 6° groot, dat minder goed percipieert dan de genoemde zóne.

Bdzs. zijn de buitengrenzen normaal, de kleurgrenzen vertoonen geen duidelijke afwijkingen.

De D.A. wordt onderzocht zonder pupilverwijding, de AG. wordt R. 5,96, L. 4.6 gevonden (21,5 OR), terwijl de EG. veel minder bij die van OR. ten achter blijft (27964: 39150). Er is dus verhoogde adaptatie.

Het donkergezv. vertoont bdzs. een centraal scotoom, R ± 8°, L. io°. Buitengrenzen R.O.: boven 45°, temp. beneden en nas. 550; L.O. boven 450, temp. 65, beneden 550, nas. ruim 50°.

6. A. J. v. N., 29 jaar.

1919: appendicitis Daarna begon hij slecht te zien. Nyctalopie.

Pupillen ongelijk. (Volgens patiënt zou dit altijd zoo

Sluiten