Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veldstoornis. Het wegvallen, resp. minderwaardig worden van percipieerende of geleidende elementen in zekere gebieden van het gezichtsveld leidde er toe, dat in verschillende perioden van het donkerverblijf de gevoeligheid zeer verschillend werd gewijzigd. Al naar den uitval van bepaalde deelen van het gezichtsveld kwamen verhooging en verlaging der adaptatiebreedte voor. De betrekking was een zóó innige, dat in den regel het verloop der adaptatiecurve uit den vorm van het gezichtsveld kon worden afgeleid: in het bizonder was het bij zwak licht opgenomen gezichtsveld (donkergezichtsveld) hiervoor van beteekenis. Dit feit geeft aanleiding- de aandacht te vestigen op de beteekenis van het donkergezichtsveld. Indien het resultaat van een langdurig adaptatieonderzoek ons slechts weerspiegelt, hoe het donkergezichtsveld zal zijn, dan zal men zich in de kliniek de moeite van het tijdroovend adaptatieonderzoek kunnen besparen, maar er de voorkeur aan geven, het donkergezichtsveld op te nemen.

Het opnemen van het donkergezichtsveld schijnt mij van beteekenis bij 't nagaan van gevallen van dialysis retinae. Het is wel zeker, dat b.v. van twee gevallen, die in 't licht een ongeveer overeenkomend gezichtsveld hebben, doch waarvan 't eene in belangrijk uitgebreider donkergezichtsveld heeft dan 't andere, dit eerste de beste prognose zal hebben.

Ook voor de beoordeelino- van een odaucoomo-eval

O O O

en van de resultaten van de ingestelde therapie schijnt mij 't donkergezichtsveld van beteekenis. Hier (bij vaak nauwe pupil en waar de aanwending van een mydriaticum gecontraindiceerd is) biedt deze onderzoekings-

Sluiten