Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet eens met de consequenties van de materieele opvatting gediend zijn. Den oningewijde moge de belangstelling van den man van wetenschap voor de kleinste feitjes als kleingeestig voorkomen, wij weten wel beter. Wij weten, dat de leiders onder ons die vroeg of laat zullen gebruiken voor hun omvattende theorieën. Het werk van de arbeiders heeft daarin bestaan te zorgen, dat de bouwsteenen deugdelijk waren. Maar onder die bouwsteenen zijn er vele, dat hebben we reeds zoo vaak gezien, die op 't onverwachtst voor de practijk van 't grootste belang blijken te zijn. En wat doet nu het op de practijk gerichte onderwijs? Het richt zijn leerlingen erop af, niet meer overal, uitsluitend door persoonlijke belangstelling of aanleg geleid, te zoeken, maar alleen daar waar practisch nut van het onderzoek te verwachten is. Het sluit daardoor blindelings mogelijk belangrijke bronnen van feiten voor de practijk af.

Zouden de kooplieden, de industrieelen, de eminentpractische koppen in hun besten tijd daarvan een vermoeden hebben? Het was de levenskrachtige O.-I. Compagnie van de 17e eeuw, niet de reeds vervallende der 18e, die een Rumphius in zijn hoogst onpractische studiën vrij baan liet en hem op vele wijzen ondersteunde. En we kunnen uit alle tijden en landen daarmede overeenkomende voorbeelden bijeenbrengen.

Neen — zelfs ter wille van de practijk — moet het onderwijs in de biologie een afgezonderde plaats blijven innemen. Want de practijk, tenminste in haar minder gunstigen vorm, werkt als de man die de kip met de gouden eieren slachtte. Ze wil in haar kortzichtigheid altijd direkte resultaten. Ze weet niet van rustige studie, die zich waar noodig op zijpaden begeeft. Door haar rusteloos drijven, „om toch maar wat te doen, nu en dadelijk", maakt de practijk die studie moeilijk, zoo niet onmogelijk. Erger nog, ze verleidt soms tot oppervlakkigheid, tot effectbejag, tot het dienen van geheel bijkomstige, soms zelfs politieke belangen; in 't kort tot datgene

Sluiten