Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poliseerd. Het was door de studie van een klein en doorzichtig kreeftachtig waterdiertje, dat Metchnikoff een duidelijke notie kreeg, dat die cellen niet verdwijnen, hun bewegelijkheid en verterende functie wél behouden en die uitoefenen ter verwijdering van alles wat in het weefsel 'van het dier binnendringt en daar niet thuis hoort. Hij zag namelijk dat die diertjes soms door een soort van schimmelzwam worden overvallen, die in hun lichaaam binnendringt. Gelukt het de schimmel daar te groeien, dan gaan de diertjes dood. Maar niet zelden eten die bewegelijke cellen de schimmels op en het diertje blijft dan gezond.

Tot zoover is Metchnikoff's werk ver van het leven staande biologie. Maar van nu af aan wijkt hij daarvan af, omdat hij in zijn vondst de oplossing voelt van het raadsel der onvatbaarheid tegen besmettelijke ziekten, der immuniteit. Al zijn verder werk is er op gericht aan te toonen dat door het geheele dierenrijk de immuniteit direct of indirect een functie is van die etende cellen, van de phagocvten zooals ze genoemd werden. Die weg bewandelt hij als bioloog, niet als practicus. Dat zien we telkens, wanneer hij de gecompliceerde verschijnselen die hij ziet analyseert. Daarbij wendt hij zich tot lagere, eenvoudig georganiseerde dieren, die hem veroorlooven het principieëele van het bijkomstige te scheiden, wat niet mogelijk is bij de gecompliceerde hoogere dieren. Maar als bioloog heeft hij de vraagstukken die het leven hem stelde geaccepteerd, even goed als die der zuivere wetenschap. Men kan zelfs niet eens meer die beide richtingen goed uit elkaar houden. Want men kan waarlijk niet beweren dat de wetenschap der immuniteit die zich in een kleine 40 jaar ontwikkeld heeft, voor de biologie van minder belang is dan voor de practijk.

In Metchnikoff's school zien we den geest van den meester weerspiegeld. Studiën over verteringsverschijnselen bij vleermuizen, ontwikkeling van vliegenlarven, vaccinatie tegen typhus hebben gelijk aandeel in de be-

Sluiten