Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ik op uwen wetenschappeiijken steun zal mogen rekenen.

Door mijne — mag ik het zoo uitdrukken — amphibische studiën zijn ook sommigen der uwen, HEEREN HOOGLEERAREN DER GENEESKUNDIGE FACULTEIT, mij oude bekenden. De samenwerking, die ik reeds zoo vele jaren met uwe vakgenooten hier en in Indië heb gehad, vertrouw ik ook met u te mogen voortzetten.

HOOGGELEERDE SLUITER, hooggeschatte leermeester! Al behoor ik niet tot diegenen uwer leerlingen, wier studie geheel parallel liep aan de uwe, toch meen ik, dat ik onder hen in zooverre een bijzondere plaats inneem, dat ik een der wegen, dien gij reeds in 1895 door uw leerboek der parasitologie uitzette en waarop gij sedert door uwe parasitologische colleges niet naliet te wijzen, als eenige onder die leerlingen ben ingeslagen. Door de aanraking met practische vraagstukken, waartoe die weg noodzakelijk moest voeren en de betrekkelijke vroegtijdigheid waarop mijn keuze bepaald was, stond ik meer dan anderen bloot aan de gevaren, die een te scherpe specialisatie en de aanraking met de practijk met zich bracht. Dat gij u tegenover die eigenzinnigheid nooit vijandig stelde, er aan toegaf, haar aanmoedigde, maar er tegelijk leiding aan gaf, waardoor het evenwicht, dat dreigde verbroken te worden, hersteld werd, gedenk ik met groote dankbaarheid. Gij zijt mij daardoor, in den edelsten zin van het woord, een leermeester; niet iemand die mij een zeker quantum kennis bij bracht, maar wiens geestelijke invloed ik ondervond en nog ondervind.

Maar ook U, HOOGGELEERDE SALTET, mag ik mijn hooggeschatten leermeester noemen en dat te vrijer van alle formaliteit, waar gij van een zuiver onderwijsstandpunt gezien, nooit mijn leermeester waart. Gij, Medicinae Doctor en Professor aan de Geneeskundige Faculteit, hebt tegenover mij nooit uw candidaatschap in de Philosophie verloochend. Op een tijd toen mijne

Sluiten