Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

éénlagig epitheel en centraal lumen zullen door de een of andere oorzaak te gronde moeten gaan; waarschijnlijk zal dezelfde oorzaak de vorming van de groote follikels met gedesquameerd epitheel in de hand werken. Een studie van de schildklier uit de 5de en 6de maand van het intrauterine leven, op welken tijd deze verandering moet plaats vinden, zou licht in deze quaestie kunnen werpen. Helaas stond het materiaal hiervoor mij niet ten dienste.

De hyperaemie van de schildklier van den foetus en pasgeborene is een verschijnsel dat men in vele organen van pasgeboren en vooral van te vroeg geboren kinderen aantreft. Ylppö heeft hierop in zijn uitvoerige bewerking van het sfroote sectiemateriaal van het Aug-usta Victoria

O O

Haus nog eens uitdrukkelijk gewezen. We vinden deze hyperaemie niet alleen in de schildklier, maar ook in allerlei andere organen, als de bijnier, den thymus, de hersenen, enz.

De desquamatie vinden we na de 3de tot 6de levensmaand niet meer; uit de follikels met gedesquameerd epitheel moeten dus weder follikels met een éénlagige epitheelzoom, zooals wij die later aantreffen ontstaan. Om dit te verklaren laat Hesselberg de gedesquameerde epitheelcellen zich weder op de follikelmembraan vasthechten; is het op zichzelf al vreemd, dat epitheelcellen weer zullen gaan zitten, nog zonderlinger wordt deze voorstelling, wanneer wij ons herinneren geregeld degeneratieverschijnselen aan de gedesquameerde cellen te hebben gezien, iets wat Hesselberg zelf ook uitvoerig beschrijft! Mijns inziens is de verklaring zeer eenvoudig en behoeft men niet tot zoo fantastische voorstelling zijn toevlucht te nemen. We vinden n.1. in het meerendeel van de follikels met gedesquameerd epitheel nog wel epitheelcellen in grooter of kleiner aantal vastzitten op de follikelmembraan:

Sluiten