Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van degeneratie gedurende de ontwikkeling? Het ligt voor de hand in de eerste plaats de aandacht te richten op de andere klieren met interne secretie. Noch in de ontwikkeling van de hypophysis, noch van den thymus, noch van de epitheellichaampjes, vinden wij iets wat op degeneratieve verschijnselen gelijkt. Bij de ontwikkeling van de bijnier is dit echter wel het geval. Uit de onderzoekingen van Thomas, Lindau e. a., is gebleken, dat kort na de geboorte in de bijnier degeneratieve verschijnselen optreden en wel in de primaire reticularis; een sterke destructie gepaard met een bloeding in dit weefsel treedt op, die in de eerste levensmaand het hoogtepunt bereikt. De degeneratieverschijnselen blijven beperkt tot de binnenste schorslaag; alleen in de omgeving van de groote vaten zou weefsel intact blijven, waaruit de regeneratie plaats zou grijpen. Deze regeneratie is afgeloopen tegen het einde van het eerste levensjaar of iets later. De andere lagen van de bijnier van den pasgeborene: de primaire glomerulosa en de primaire centralis blijven geheel van degeneratie vrij. Naast een belangrijk punt van overeenkomst met de schildklier: degeneratie met te gronde gaan van weefsel, vinden wij dus ook punten van verschil; de sterke bloeding nl., die in de bijnier bij de degeneratie een groote rol schijnt te spelen, ontbreekt in de schildklier ten eenenmale. Ook het tijdstip, waarop de degeneratie plaats vindt, is voor bijnier en schildklier een verschillende; hier de laatste maanden van het foetale leven, daar het eerste levensjaar. De bijnier is het eenige orgaan, waarbij evenals bij de schildklier de eigenaardige opeenvolging optreedt in de ontwikkeling van: opbouw, afbraak en opbouw.

De diepere oorzaak, waarom vóór de 6e foetaalmaand de schildklier wèl colloied vormt en daarna niet meer tot korten tijd na de geboorte, ontgaat ons. We kunnen echter aannemen, dat de organen in normale

Sluiten