Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omstandigheden zich regelen naar de behoefte van het lichaam. Het lijkt nu weinig waarschijnlijk, dat het lichaam vóór de óe foetaalmaand wèl, daarna tot kort na de geboorte in 't geheel geen behoefte aan een afscheidingsproduct van de schildklier zou hebben; eerder zou een sterke behoefte bij zoo sterken groei, waarbij de schildklier toch wel een rol zal spelen, aannemelijk zijn. Wij hebben boven reeds gewezen op het samengaan van hyperaemie en desquamatie; ook dit feit laat zich uitleggen, zoo wij een verhoogde functie van de schildklier in de laatste foetaalmaanden aannemen. Immers overal zien wij de bloedvulling van de organen zich regelen naar de behoefte van de organen aan

o o

voedingstoffen en gaat verhoogde functie gepaard met verhoogde bloeddoorstrooming. Nemen wij dus aan, dat de hyperaemie op te vatten is als een bewijs van de verhoogde functie van de schildklier in de laatste foetaalmaanden, dan komt terstond de vraag op of de desquamatie te verklaren is als een uiting van een verhoogde functie. Ik meen, dat dit zeer goed mogelijk is. Gedurende het leven heeft de schildklier in tegenstelling

O O

met andere klieren met inwendige afscheiding, steeds een dépót van afscheidingsproduct in het colloied, dat zich onder normale omstandigheden steeds in de follikels bevindt. We kunnen ons nu voorstellen, dat bij een zeer groote behoefte van het lichaam aan afscheidings-

O O

product van de schildklier deze députvorming niet meer optreedt, maar dit afscheidingsproduct bij zijn ontstaan terstond wordt verbruikt. Het afscheidingsproduct zou dan verder geleverd worden door afbraak van te gronde gaande cellen. Dat dit laatste het geval is, is wel aannemelijk; immers in de follikels met sterke desquamatie ziet men een groot aantal te gronde gaande cellen, losliggende cellen met gedegenereerde kernen in een mazige eosinophiele substantie. Beschouwt men follikels, waar

Sluiten