Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het aantal gevallen van struma congenita, dat men waarnam in kropstreken is zeer groot in verhouding tot het aantal waarnemingen in kropvrije streken. Zoo vermeldt Demme, dat in 22 jaar in het Kinderziekenhuis in Bern niet minder dan 53 gevallen van aangeboren krop voorkwamen, terwijl in het Wilhelmina Gasthuis en het Enma Kinderziekenhuis te Amsterdam te samen in ongeveer hetzelfde tijdsverloop slechts 5 gevallen werden waargenomen. Veel grooter getallen geeft nog Behrens (Freiburg i/B.); bij 1310 direct na de geboorte onderzochte kinderen vond hij in 269 !, gevallen d.i. in 20.5 %, een vergrooting van de schildklier, die dan meest pruimtot duivenei grootte had. Hij legt er den nadruk op, dat slechts bij een gering percentage de vergrooting door stuwing veroorzaakt was, daar na één è. twee weken slechts in 3 % van de gevallen de zwelling van de schildklier was verdwenen, terwijl 39 o/0 wat kleiner, 61 % zelfs grooter geworden waren.

Dat dezelfde omstandigheden, die bij volwassenen tot vorming van een krop aanleiding kunnen geven, ook reeds gedurende het intrauterine leven tot de vorming van een kropgezwel kunnen leiden, daarvan zijn de bewoners van streken, waar krop endemisch voorkomt, overtuigd. De vrouwen uit de dalen van Valais in Zwitserland kennen het gevaar, wanneer ze eenmaal kinderen met een krop ter wereld hebben gebracht. Bij een volgende zwangerschap trekken ze dan uit de in het Rhónedal gelegen plaatsen Sion, Martigny en Sierre naar de hooge bergweiden om daar kinderen zonder kropgezwel ter wereld te brengen.

Naast dezen „tellurischen" invloed vinden we vaak vermeldt het voorkomen van krop bij de ouders of andere familieleden.

Zoo vermeldt Spiegelberg drie gevallen, waarbij de moeder een krop had. Demme vond bij de 53 gevallen, die

Sluiten