Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krop de krop met vaathyperplasie en de parenchymateuse krop met soliede follikels.

Demme, die deze vormen niet uit elkaar houdt, vond 41 gevallen hiervan tegenover 12 gevallen, die tot andere vormen behooren; Hesselberg vond bij haar 21 gevallen 5 parenchymateuse en 16 met vaathyperplasie en geen andere vormen. Fabre en Thévenot beschouwen deze vormen eveneens als de meest gewone, maar geven geen cijfers. De hyperaemische krop komt volgens Fabre en Thévenot zeer veel voor; Behrens vindt bij zijn 269 gevallen 3 % zuiver hyperaemischen krop, 61 °/q echte strumae zonder hyperaemie en 39 % echte strumae met hyperaemie. De afzonderlijke gevallen, die voorts in de litteratuur beschreven zijn, behooren bijna alle tot deze vormen, ongeveer gelijkelijk verdeeld over de str. c. hyperplasia vasorum en de str. parenchymatosa hyperplastica.

Merkwaardig is, dat ik onder de 5 gevallen, die ik verzamelen kon, aantrof: een mengvorm van hyperplasie van de vaten met parenchymateuse hyperplasie, (Geval 1), een zuiver struma parenchymatosa hyperpl. (Geval II), een struma met follikels met colloid (Geval V), een vorm met sterke papilvorming in de follikels (Geval IV) en een overgangsvorm van de struma parenchymatosa hyperplastica met soliede follikels en den laatstgenoemden vorm (Geval III). Merkwaardig is, dat ik bij dit klein aantal gevallen zooveel verschillende vormen aantrof, terwijl Hesselberg onder haar 21 gevallen slechts de twee meest voorkomende vormen vond. Misschien is dit hierdoor te verklaren, dat haar materiaal uit een kropstreek komt en daar de struma parenchymatosa en die met hyperplastisch vaatsysteem het menigvuldigst zijn.

Vaatveranderingen schijnen ook het meest voor te komen in kropgezwellen uit kropstreken ; althans vonden

Sluiten