Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Diagnostiek.

Er kunnen zich twee gevallen voor doen: Er is een duidelijke zwelling aan den hals met dyspnoe of er bestaan aanvallen van benauwdheid zonder duidelijke halszwelling.

In het eerste geval moeten we uitmaken of het de schildklier is, die de zwelling veroorzaakt; dit zal ons in de meeste gevallen geen moeilijkheid opleveren, daar zooals we gezien hebben, de vergrooting van de schildklier bijna altijd regelmatig alle deelen van het orgaan betreft, en de karakteristieke vorm bewaard is gebleven. Echter kan het vaak voorkomend oedeem van de huid boven de struma de typische schildkliervorm masqueeren. De palpatie zal ons dan spoedig leeren of we met een gezwel van de glandula thyreoidea te maken hebben.

Andere tumoren, die aan de halsstreek aangeboren voorkomen, zijn dermoidcysten, die week, pasteus en niet doorschijnend zijn en slijmcysten, die gespannen en helder zijn [Fabre en Thévcnot); moeilijkheden kunnen deze nauwelijks opleveren. Evenmin zal dit het geval zijn met de cysten uitgaande van de kieuwspleten, die voorkomen langs de groote vaten en in de diepte vast zitten.

Eindelijk zal het hygroma colli congenitum uitgaande van de lymphvaten in de zijdelingsche gedeelten van de halsstreek, dat week aanvoelt en hoog onder de parotis begint, moeilijk verwarring kunnen geven met den aangeboren krop.

Bestaat er dyspnoe bij een pasgeborene zonder duidelijke zwelling aan den hals, dan moet, zooals men zal begrijpen na de beschrijving van de kleine wurgkroppen, toch steeds de mogelijkheid, dat deze dyspnoe veroorzaakt wordt door een kropgezwel in het oog gehouden worden. Men zal dus de verschillende mogelijkheden, die bij een pasgeborene dyspnoe kunnen veroorzaken de revue moeten laten passeeren. Deze zijn:

Sluiten