Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wirkliche Grundlage aller mensehlichen Kranklieit is der Menscli." En niettegenstaande dit, is er een tijd geweest, waarin „de geneesheer, die er aanspraak op maakte als natuurwetenschappelijk onderzoeker te worden aangemerkt, vermeed het woord gestel te gebruiken, uit vrees zijn reputatie in de waagschaal te stellen". (Hijmaxs van den Bergh).

Het constitutiebegrip is zeer oud in de pathologie. Hippocrates acht de constitutie van het individu aangeboren, in het individu verborgen en onveranderlijk. Hij onderscheidt de goede en de slechte constitutie, de sterke en de zwakke, de slappe, vette, vochtige, roodachtige, tegenover de stevige, gedrongene, donkerkleurige en droge Bij een goede constitutie hebben alle functies natuurlijk en harmonisch plaats. Die constituties welke diaetetische fouten spoedig en duidelijk als stoornissen in de gezondheid doen voelen, zijn de zwakkere. Galenus beschouwt de gezondheid als te bestaan in harmonie en sympathie der deelen, sappen en krachten, ziekte in dë onnatuurlijke onderlinge verhouding er van. Zijn opvatting van ziekten ontstaan door een verkeerde verhouding der reeds door Hippocrates onderscheiden cardinaalsappen, bloed, slijm, gele en zwarte gal, kan geheel als constitutieleer worden beschouwd.

Vijftien eeuwen later dacht zich Paracelsus den menscli als een samenstel van ziel, geest en lichaam, gebonden aan de drie grondsubstanties : kwikzilver, zwavel en zout. Veranderingen in deze elementen of in hun onderlinge verhouding zijn ziektenEen uitwendige ziekteoorzaak erkent hij echter ook, waar hij zegt, dat de ziekte resulteert uit den strijd tusschen uitwendige dingen en den mensch.

Volgens de leer van onzen landgenoot Van Helmont bestaat de ziekte in de anima bruta, die in de maag van den mensch zetelt. Deze Archaeus heeft de eigenschappen van een mensch en zijn gemoedsstemmingen brengen hem er toe de ziekten te doen ontstaan.

Een eeuw na hem ziet nog Stahl in het lichaam slechts de woning der ziel. Ziekten zijn reacties, d.w.z bewegingen, die de ziel maakt ter bestrijding van ziekteoorzaken, waarvan de voornaamste zijn overvloed of verdikking van het bloed. Deze beide vormen een hindernis, dat door de ziel moet worden overwonnen.

Sluiten