Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het gehalte aan eos. cellen. Na de afname steeg het aantal eos. cellen soms langzaam, soms snel. Het dan tijdelijk bereikte percentage was soms boven dat van voor de injectie. Dit laatste komt overeen met hetgeen Stüubli na injecties van doode bacterieculturen vaststelde.

Een toename zonder dat vooraf een afname had plaats gehad, vond ik in de gevallen 9 en 14 resp. 1 uur en 35 min. na de injectie.

Vergelijken we de pilocarpine- en atropineeffecten onderling, dan zien we, dat in de gevallen 6 en 15 beide een krachtige antagonistische werking ontvouwen, terwijl in geval 14 beider effect niet tegengesteld, maar gelijksoortig is. Alleen bij nr. ISO en nr. IV zien we een duidelijke pilocarpine- en geen atropinewerking, terwijl het tegengestelde bij nr. 7, 10, 31 en I en in geringe mate bij nr. 57 is waar te nemen.

Van een parallel gaan der werkingen op bloed en andere organen, in den zin dat krachtige reactie dezer organen steeds samenging met belangrijke wijziging van het bloedbeeld, zag ik niets. Wel viel het tijdstip, waarop de reactie der andere organen het meest intensief bleek te zijn, ongeveer samen met het tijdstip, waarop het aantal eos. cellen het meest gewijzigd was. De werking van atropine op de pupillen was echter gewoonlijk eerst later waar te nemen.

Uit bovenstaande resultaten mogen de volgende conclusies getrokken worden :

1. Kunstmatig verhoogde tonus van het autonome zenuwstelsel gaat soms gepaard met toename van het aantal eos. cellen in het bloed, kunstmatig verlaagde tonus vaak gepaard met afname. De regel van Bertelli, Falta en Schweeger gaat dus slechts voor de minderheid der gevallen gedeeltelijk op.

2. Kinderen met E. D. gedragen zich in dit opzicht niet anders als die zonder dezen aanleg.

3. Een onderscheiding in kinderen met verhoogden vagustonus en kinderen met verminderden vagustonus laten de door mij gevonden resultaten niet toe. Wel is waar zag ik vaak werking van één der beide pharmaca, maar daartegenover staan de gevallen waar beide een krachtige werking vertoonden Misschien is hier de opmerking van Bauer van belang, die er op wees, dat bij

Sluiten