Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door chemische reacties aan, dat de granula geen haematine bevatten, zoodat het onwaarschijnlijk is dat ze uit haemoglobine ontstaan. Ook Wolff bewees, dat de eos. korrels niet dezelfde chemische reacties vertoonen als haemoglobine.

Müller en Rieder veronderstellen, dat de eos. cellen door rijping ontstaan uit fijngegranuleerde cellen in het bloed. Karnitzki kon zelfs de overgangen aantoonen. Bij het doen van mijn vele honderden tellingen heb ik nooit een overgangsvorm gezien. Wel zag ik vaak eos. cellen die juist aan het uiteenvallen waren, d.w.z. de korrels lagen nog wel bij elkaar, doch het geheel maakte niet meer den indruk van een geheele cel maar meer van een groot deel van een cel of van een hoopje korrels. De korrels waren dan gewoonlijk zeer intensief gekleurd, hetgeen ik toeschreef niet aan groote rijpheid van de cel, maar aan het gemakkelijk binnendringen van de kleurstof in de door het schudden gedeeltelijk verwoeste cel.

Petry, die aantoonde dat de granula bestaan uit phosphorvrije ijzerrijke eiwitlichamen, gelooft dat zij ontstaan in de cel en dat „mit der Entstehung der Granula selbst dem Organismus irgend ein Dienst geleistet wird der in der momentanen Ueberführung eines an Ort und Stelle gebildeten Stoffes in unlöslichen und dadurch inactiven Zustand besteht, eines Stoffes der entweder an Ort und Stelle schtidliche Wirkungen entfalten körmte, oder aber als momentan überflüssig für spatere Verwendung bereit gehalten wird."

Ook Karl Meijer en Naegeli willen de eos. cellen als een afweermiddel tegen schadelijke stoffen beschouwen. De eerste wil echter in het midden laten, of de granula het verweermiddel zijn, of dat zij ontstaan door de schadelijke stof of als een product dier stof

Over de beteekenis der eosinophilie in het algemeen heerschen verschillende meeningen. Volgens Ehrlich wijst vermeer dering der eos cellen in het bloed steeds op een chronische verandering der bloedbereidende organen. STauBLi acht hun vermeerdering (speciaal bij trichinosis) een gevolg van een positief chemotactischen prikkel, die uil geoefend wordt op het beenmerg. De prikkelende stof zou dan geproduceerd worden door de embryonen der trichine of bestaan uit vervalproducten

Sluiten