Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet men dat weliswaar telkens tusschen 2 aanvallen, die soms met eenige dagen tusschenruimte optraden, het percentage eos. cellen het hoogst is, maar dat dit nu juist als op den aanval volgend moet gerekend worden, staat m. i niet vast. Men zou ook kunnen zeggen, dat dit liooge gehalte aanwezig was vóór den volgenden aanval Het is niet onmogelijk, dat hij tot deze zienswijze zou zijn gekomen, wanneer hij niet slechts na iederen aanval had onderzocht, maar ook verder dagelijks, totdat weer een aanval was opgetreden.

Uit waarnemingen van anderen toch is gebleken, dat de eos. cellen het sterkst in het bloed zijn vertegenwoordigd vóór den aanval, gedurende dezen in aantal afnemen, om daarna weer in grooter kwantiteit op te treden. Eén dezer waarnemingen werd gedaan door Heinecke en Deutschmann. Zij vonden bij een asthmalijder gedurende 3 aanvallen het bloed bijzonder arm aan eos. cellen. Na den aanval steeg het aantal dezer cellen weer en bleef hoog tot den volgenden aanval

Deze waarneming was de aanleiding tot een onderzoek door Salecker verricht. Hij had gelegenheid het bloed van 7 asthmapatienten voor, tijdens en na den aanval te onderzoeken, terwijl hij nog 7 anderen in een interval kon onderzoeken. Hem bleek, dat tijdens of kort na den aanval de eos. cellen in aantal verminderd zijn, in de intervallen zijn ze vermeerderd.

Ook een experiment van Schlecht gaf een hiermede overeenkomend resultaat. Door herhaalde seruminjecties bij een volwassene (lijder aan poliomyelitis) lukte het hem de bloedeosinophilie op te voeren van 1.5tot9pCt. Toen trad serumexantheem op; denzelfden avond was het percentage tot 4 gedaald.

Wanneer we deze bevindingen in verband brengen met het feit, dat in het sputum gedurende den asthmaaanval opgegeven groote hoeveelheden eos. cellen en Ciiarcot LEyDEN'sche kristallen (die afkomstig zijn van de eos. cellen) gevonden worden, dan ligt het voor de hand, dat we met Heineke en Deutschmann aannemen, dat de eos. cellen uit het bloed in het bronchiaalslijmvlies treden en gedurende den aanval uit het lichaam verwijderd worden. Na rijkelijke expectoratie zien we vaak den aanval eindigen, alsof de aanval ophoudt, nu de eos. cellen zijn verwijderd.

Sluiten