Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luidde haematosalpinx of haematocele; van deze werden er 64 geopereerd en uit de ziektegeschiedenissen blijkt dat bij 30 van deze laatste de aanwezigheid van bloed in de buikholte of tuba niet was gediagnostiseerd.

In hetzelfde tijdsverloop werden in totaal 756 patienten geopereerd wegens eenigen tumor naast of op den uterus en op dit aantal bedroeg het percentage der verkeerde diagnose 19,2.

Hieruit blijkt wel duidelijk dat de herkenning van haematocele en haematosalpinx moet gerekend worden tot de moeilijkste vraagstukken der gynaecologie.

Bij de bovengenoemde 30 gevallen werd de haematocele gehouden 5 keer voor een cystoma ovarii, 2 keer voor een myoma uteri, 1 keer voor een uterus gravidus in retroflexie en 13 keer voor een etterig exsudaat in het cavum Douglasii, terwijl in 5 gevallen de bestaande haematosalpinx was gehouden voor een pyosalpinx.

Buitendien werd 2 maal een tubair-abortus aangezien voor uterine-abortus (Hm. V. K. NO. 763 A°. I9i5en Hm. V. K. N°. xi 14 A°. 1916) en 1 keer werden daarbij aan de genitalia geen afwijkingen geconstateerd (Hm. V. K. N°. 344 A°. 1917) terwijl bij deze 3 gevallen wegens later optredende symptomen de diagnose werd herzien; bij een ander geval (Hm. V. K. N°. 53 A°. 1917) werd de diagnose abortus uterinus imminens gesteld terwijl de later ontstane haematocele werd gehouden voor een Douglas-exsudaat en ten slotte luidde bij 1 geval (Hm. V. K. N°. 851 A°. 1918), zelfs na onderzoek in narcose, de diagnose adnexitis

Sluiten