Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de overige 40, door Forssner bestudeerde publicaties, alle gevallen waarbij de haematocele acuut en onder verschijnselen van peritoneale prikkeling en anaemie ontstond, voldoen er slechts 5 aan de eerste eisch; de andere zijn of in 't geheel niet öf onvoldoende nauwkeurig mikroskopisch onderzocht. Doch onder deze zijn er 14 waarbij Forssner slechts veronderstelt dat het onderzoek onvolledig was en wel omdat niet opgegeven wordt hoe dat onderzoek is geschied. Van deze 14 zijn er een belangrijk aantal waarbij uitdrukkelijk vermeld wordt dat er geen amenorrhoe heeft bestaan.

De nog overblijvende 5 gevallen, die dus blijkens het verslag voldoende nauwkeurig zijn onderzocht, zijn die van Bender en Marcille, 1) Wilson, 2) Engström,3) Winiwarter4) en van Cohn5). Bij het geval van Bender en Marcille wordt geen opgave gedaan omtrent de periode, terwijl bij alle andere amenorrhoe voorafging, zonder dat daarvoor een andere verklaring dan mogelijke zwangerschap kon gegeven worden. Buitendien bleek Wilson met een depper een coagulum, dat op het ovarium aanwezig was, weggeveegd te hebben en is dus de mogelijkheid niet uit te sluiten dat juist in deze bloedklonter, die niet mikroskopisch werd onderzocht, het ei of deelen daarvan aanwezig waren. Verder

!) Bender et Marcille *.

2) Wilson85.

3) Engström 10.

4) Winiwarter. Em Fall von Haematocele retrouterina bedingt durch Follikel-blutung aus einem klein-cystigen degenerierten Ovarium. Zeitschr. f. Geb. n°. 68.

6) Cohn 7.

Sluiten