Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jean Villette 1) vond bij meer dan de helft der onderzochte gevallen dat de adnexa der niet zwangere zijde belangrijke veranderingen vertoonden, zoodat door palpatie alleen veelal niet is uit te maken in welke tuba de zwangerschap is gezeteld. Nog moeilijker wordt de diagnose wanneer men bedenkt dat het ei zich kan nestelen in een nog niet genezen ontstoken tuba. Schiffmann 2) zegt: „es ist aus der Litteratur bekannt dass ein eiteriger Process kein unbedingtes Hindernis für die Einnistung des Eies bedeutet" (Leopold, Hitschmann, Bröse, Schottmüller). Hij zag eenige malen dat een pyosalpinx, waarin zwangerschap was ontstaan, barstte en daardoor een etterige peritonitis werd veroorzaakt.

Door deze ontsteking zijn eveneens de klachten over pijnaanvalleti gedurende buitenbaarmoederlijke zwangerschap, ook zonder dat er sprake is van eenige bloeding, te verklaren en dat zij, waar de zwangerschap in de rechter tuba bestaat, worden opgevat als van appendicitis afhankelijk is, zeer begrijpelijk.

Dat bij een gebarsten ovariaal-zwangerschap de vergrooting van het zwangere ovarium wel bijna nooit zal zijn te palpeeren, is duidelijk.

Wanneer echter bij een tubair-zwangerschap abortus optreedt, dus een haematosalpinx ontstaat, en tengevolge daarvan een bloeding naar de buikholte door het ostium abdominale, dan zal, zoolang het cavum

!) Jean Villette. Grossesse extrautérine Annales de Gyn. et d'Obst. 1919 no. 10 en n (Revue analytique) 1. c.

2) Schiffman. Ueber Spontanheilungen junger Tubargraviditaten. Archiv. f. Gyn. Bd 113. Heft. t 1. c.

Sluiten