Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerste streep van haemochromogeen ligt dus dicht naast de eerste streep van oxyhaemoglobine, die zich bij 579 PP bevindt (Hammersten) 1). Wordt nu aan serum, waarin zoowel oxyhaemoglobine als haematine aanwezig is, zwavelammonium toegevoegd, dan ziet men eerst deze beide streepen naast elkaar, terwijl eenige oogenblikken later de streep van de oxyhaemoglobine verdwijnt; de omzetting van haematine in haemochrogeen gaat dus snellei dan de re ductie van oxyhaemoglobine tot haemoglobine.

Schottmüller 2) en Schumm 3) vonden haematinaemie ook bij vergiftiging door bepaalde bloedvergiften, verder bij uitgebreide verbrandingen van den derden graad, eclampsie, malaria, sepsis veroorzaakt door de gasbacil van Fr&nkel of door anaerobe streptococcen en staphylococcen, ook bij pernicieuze anaemie, chronischen familiairen icterus en haemorrhagisch longinfarct. Daarentegen was geen haematine aan te toonen bij haemorrhagische diathese, apoplexie, haematothorax of een subcutaan haematoom. Schumm zegt dat dit toe te schrijven is aan het veel grootere resorbtievermogen van het peritoneum tegenover andere weefsels, en aan het quantum van het uitgestorte bloed.

Schumm, die het bloed van Schottmüller's patienten onderzocht, vond bij 4 van 9 gevallen van ectopische zwangerschap haematine in het serum.

1) Hammersten. Lehrbuch der Physiologischen Chemie 1910. l.c.

2) Schottmüller 67 l.c.

3) Schumm. Haematin als pathologischer Bestandteil des Blutes. Hoppe-Seyler's Zeitschr. f. Physiol. Chemie. 1916. l.c.

Sluiten