Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thormaehlen zegt dat niettegenstaande bij deze twee vrouwen reeds 3 maanden resp. 2 weken eerder fluxus optrad en sinds 2 weken vóór de operatie aanvallen van pijn, toch eerst kort voor de opname bloed in de buikholte is uitgestort, gevolgd door collaps e.d. Daardoor zou ook hier het niet-aanwezigzijn van haematine zijn te verklaren.

Moeilijk te rijmen is m.i. deze verklaring met de feiten zooals zij zich voordeden bij Obs. II, waarbij wel haematine werd gevonden en die luidt:

Obs. II.

Laatste menstruatie 8 weken geleden. Voor 14 dagen wat pijn in den onderbuik en 's nachts vóór de opname heftige pijn, collaps enz.

Laparotomie: tubair-ruptuur.

Moet men nu toch aannemen dat de verklaring van Thormaehlen juist is, of is ook de haematine-proef onbetrouwbaar ?

Ook de laatste ziektegeschiedenis is interessant:

Obs. XXII.

3 Weken geleden vermoedelijk abortus gehad, althans er is een „Blasé" geboren, doch op nadere bijzonderheden is niet gelet. De abortus werd opgewekt door zit- en voetbaden. Sindsdien nu en dan fluxus.

Status praesens:

„Blasse, nicht empfindliche Frau mit etwas gespannten, nicht druckempfindlichen Leib, in dem man ca. handbreit unterhalb des Nabels eine derbe Resistenz palpiert die aus dem kleinen Bekken aufsteigt.

Gynaecologischen Befund:

Die hintere Scheidenwand wölbt sich als prall-elastischer Tumor von fast Faustgrösse im Scheidenlumen vor; nach oben reicht der Tumor, dessen oberer Rand ca. r5 c.M. breit ist, bis 3 Querfinger unterhalb des Nabels. Der Uterus selbst ist von diesem Tumor nicht ab zu grenzen".

Sluiten