Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Diagnose: haematosalpinx dextra haematocele?

Haemochromogeen negatief.

3.8.10. Sinds enkele dagen geen fltixus meer, maar de pijn, die bijna geheel verdwenen was, is weer in heftige mate opgetreden. De tumor reikt nu tot navelhoogte, is onpijnlijk en gespannen elastisch, vertoont duidelijk fluctuatie.

Temperatuur 38.8.

Diagnose: gesteeldraaide cyste -j- pelveoperitonitis ?

20.8.20. Lap: groot abces tusschen darmen gelegen. Nauwkeurige exploiratie niet mogelijk. Drainage.

Onder deze gevallen bevinden zich dus 10 waarbij een haematosalpinx haematocele bestond nl. Obs. I, II, III, IV, V, VI, VII, X, XI en XII en 2 gevallen van haematosalpinx zonder dat er bloed in de buikholte aanwezig was nl. Obs. VIII en IX.

Dat bij deze beide gevallen van haematosalpinx de haematine-proef negatief was behoeft ons niet te verwonderen, waar Schottmüller en Schumm ook bij bloeduitstortingen in de subcutis geen haematine in het serum konden aantoonen; in een tuba zal bloed nog minder snel worden geresorbeerd dan in het subcutane weefsel.

Op de 10 gevallen van haematocele komen 3 negatieve haematine-proeven voor. Bij geen van deze 3 werd het bloed zoo kort na de intraperitoneale bloedingnagezien, dat hier de verklaring mag gelden die Thormaehlen geeft bij zijn Obs. XVII, XVIII en XIX.

Integendeel, bij deze gevallen (Obs. X, XI en XII) bestond de haematocele zeker reeds geruimen tijd.

De minste moeilijkheid in het zoeken naar een verklaring geeft Obs. XII; wegens het niet aanwezig zijn van het benoodigde instrumentarium was het mij niet mogelijk het serum dezer patiente in grootere dikte

Sluiten