Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

clan i cM. te onderzoeken; wanneer ik hiernaast wijs op de beide gevallen (Obs. I en VI) waar alleen in 3 cM. dikte de haemochromogeenstreep zichtbaar was, dan meen ik hier de verklaring te mogen vinden in onvoldoende onderzoek.

Minder gemakkelijk is dit bij Obs. X en XI. Bij Obs. X trad waarschijnlijk begin Augustus de tubairabortus op, gepaard met het ontstaan van een haematocele. Dit gebeurde dus ongeveer 6 weken vóór de operatie en de haematine-proef. In Douglas bevond zich bij de operatie ongeveer 4o gram bloed ; uit het verslag blijkt verder dat de wanden van Douglas met een dikke fibrine-laag waren bekleed, terwijl het cavum Douglasii van de vrije buikholte was afgesloten door het omentum en colon- transversum, die met den haematosalpinx waren vergroeid. Tot mijn spijt kon ik geen aanteekening vinden waaruit was op te maken of deze intestina, die . dus het dak der haematocele vormden, op de plaatsen die als onderdeel van dit dak hadden gediend, eveneens met een dikke fibrinelaag waren bekleed. Dan toch was het duidelijk geweest dat deze haematocele, of de rest der reeds grootendeels geresorbeerde haematocele, was omgeven door een fibrine-wand die verdere resorptie belette. Deze zelfde verklaring past immers ook op Obs. XI, waar de haematocele zeker reeds langer dan 2 maanden bestond en waar een dikke wand werd gevonden, die de haematocele tot een soort cyste had hervormd.

Opvallend is ook het feit dat bij alle positieve gevallen, bloed overal in den buik, dus verspreid tusschen de intestina, werd gevonden (behalve bij Obs. I, waarbij

Sluiten