Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer bij een hond, met een blaasvulling van 50—80

c.c. al incontinentie optreedt, dan kan er van een ischuria paradoxa geen sprake zijn, maar wel van een typische incontinentie. Slechts bij één hond hebben zij naast de incontinentie nog de onwillekeurige loozing van grootere hoeveelheden (75 c.c.) urine gezien.

Dit resultaat — de incontinentie — stemt niet overeen met de door L. R. Müller bevestigde experimenten van Goltz en Ewald. Hier volgde op het stadium van de retentie, langzamerhand het herstel van de blaasfunctie,

d.w.z. de loozing van grootere hoeveelheden urine uit de blaas op geregelde tijden.

Het ontbreken van de retentie bij de experimenten van Lewandowsky en Schultz zou men kunnen verklaren door de werking van het prelum abdominale, dat oogenschijnlijk een rol speelde bij het geval, waar men naast incontinentie, de loozing van grootere hoeveelheden urine waarnam.

Waarom de incontinentie bij de experimenten van de vroegere onderzoekers ontbreekt, is niet te verklaren, want de buikpers staat hiermee blijkbaar niet in verband, ook wordt door curare niets veranderd.

Het ligt wel voor de hand, aldus Lewandowsky en Schultz, het verschil in uitkomst te verklaren uit een functie van de sympathische gangliën.1) Intusschen is bij de doorsnijding van de nervi hypogastrici en pelvici het ganglion mesentericum inferius uitgeschakeld, maar de plexus hypogastricus behouden en de nervi pelvici waren, zooals uit het voorgaande blijkt, alléén reeds in staat om de blaasfunctie te regelen. Desniettegenstaande bleek

') Welke deze functie echter is, daarover laten zij zich niet verder uit.

Sluiten