Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blaas is licht wankleurig, bruinrood; aan de apex een V2 cent groot plekje waar de wand uitsluitend door slvl. wordt gevormd, dat onder den druk van de urine uitpuilt. Urine licht troebel, bevat vlokken en is licht bloederig. Binnenkant van de blaas in de streek van den fundus (trigonum gebied) langs de basis van het trigonum een krans van sterk promineerende, zwart-roode, glanzende, vaste verhevenheden, in de richting van de urethra scherp begrensd, naar de tegenovergestelde zijde geleidelijk overgaande in het niveau van het slvl. Elders in de blaas, vooral rechts, tal van zwart-roode plekken, milium- tot cent groot, sommigen in het niveau van het slvl., anderen even promineerend. Tusschenliggend slvl. heeft een gele bijtint en vertoont tal van geïnjicieerde vaatjes. Urethra slvl. ziet mooi bleek, zonder vaatinjectie, niet gezwollen.

Het microscopisch onderzoek zal in het hoofdstuk Histologie besproken worden.

Er werden geen voldoende doodsoorzaken ontdekt.

Hond II. 22-IV-'2l. 8 K.G.

Chloroform-aether narcose. Gestrekte rugligging.

Dezelfde operatie als bij hond I, alleen vindt men hier geen bloedvat mediaan aan de ventrale zijde van de urethra. Dadelijk na de operatie geen incontinentie, noch diarrhee. Den volgenden dag is de hond zeer pijnlijk, bij palpatie voelt men een kleine blaas, waaruit gedurende den druk een weinig urine vloeit. Aan het begin van den 2den komt de eerste spontane mictie; de hond is niet meer pijnlijk, maar zeer ziek en eet in 't geheel niet. Aan de achterpooten is zij voortdurend nat, dit blijkt evenwel alleen maar tot de buitenvlakte beperkt te zijn;

Sluiten