Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog juist dit region konden voeden; aan de basis kwam immers met een scherpe grens de doode rest van den blaaswand.

Beschouwt men nu de eerste katten, dan vond men hierbij steeds, in het begin althans, retentie. Wanneer men nu de hypogastricus vezel volgt, dan is het duidelijk, dat het perifere gedeelte van de urethra nog langs de intacte rest van de hypogastricus vezels impulsen tot contractie kreeg, terwijl de collateraal dy de cel c voortdurend inhibitorische prikkels toezond ter relaxatie. Aan den anderen kant ondervond cel b de nawerking van de doorsnijding van de n.n. pelvici als ,shock" en was dientengevolge paralytisch dus de detrusor atonisch. Maar ook dit heeft een dubbel effect, want cel c, die slechts door b inhibitorisch beïnvloed kan worden, deze impulsen nu missend, zal de sphincter doen contraheeren en hier de doorgesneden hypogastricus vezels volkomen compenseeren.

Er resulteert dus retentie en atonie van de blaas, wat in overeenstemming met de proefneming is.

Langzamerhand herstellen zich echter de cellen b, wat hun intracellulaire stofwisseling betreft. Het eerst herstelt zich de tonus van den detrusor, er kan dus weer spontane mictie optreden, maar op het oogenblik, dat de energie voor volkomen ontlediging bijna uitgeput is, is deze op een bepaald oogenblik gelijk aan de inhibitorische energie, die c krijgt vanuit de gespaarde collateraal rf, die intramuraal in de urethra loopt. Op b werken twee tegengestelde prikkels, een sterke inhibitorische ruggemergs impuls, die de nu zwakkere motorische impuls overwint; m.a.w. de detrusor zal zich dus niet verder kunnen contraheeren en de sphincter sluit zich.

Sluiten