Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij lithopaediën en van Czermak bij mummies weerlegd, daar deze onderzoekers bij dit ontwijfelbaar dood materiaal analoge verschijnselen waarnamen. Ook zou volgens hem het onderzoek van sequesters, waarvan men het afsterven ook alleen maar kan van constateeren door het feit, dat zij uitgestooten worden, de onhoudbaarheid van Ollier's stelling aantoonen.

Het tweede criterium, de voortgezette groei, heeft alleen waarde indien ook lentegroei aangetoond kan worden, wat Ollier niet gelukt is. De diktegroei door Olliek gevonden, het ontstaan van min of meer onregelmatige beenlagen om het getransplanteerde been, is niet voldoende. Overal, waar op de oppervlakte van een beenstuk en de omliggende weeke deelen een prikkel uitgeoefend wordt, vormen zich osteophyten. Het is echter niet altijd te bewijzen, dat deze alleen door het periost worden gevormd en dat de omgeving daaraan geen deel neemt. Bovendien spreekt Ollier nergens van het aangeknaagd uitzien van been, dat geresorbeerd wordt, zooals Wolff en anderen dat hebben waargenomen. Mogelijk is, dat hij ook dit beeld van afbraak voor onregelmatige nieuwvorming heeft gehouden.

Wolff wilde de vraag oplossen door middel van een proef, die gedurende het leven kan worden genomen. Als de beenstukken werkelijk normaal leefden, dan moest een methode aangewend worden, waardoor het gedurende de proefneming gevormde been te onderkennen was van het andere. Zoo kwam hij ertoe, zijn proefdieren meekrap te voeren. Reeds in 1736 had John Belchier waargenomen, dat met meekrap gevoede dieren rood gekleurde beenderen kregen. Dit middel toepassende, vond Wolff, dat na eenigen tijd in sommige gevallen de getransplanteerde beenstukken, evenals het zich in normale verhoudingen bevindende been, in meerder of minder mate een roode kleur hadden gekregen, terwijl in andere gevallen het getransplanteerde beenstuk, in afwijking van de rest van het skelet, ongekleurd bleef.

Het aanwezig zijn van de kleurstof in het beenweefsel nu, redeneerde Wolff, kan alleen afhankelijk zijn van de normale functie der capillairen in het been, is dus het bewijs,

Sluiten