Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poreus vreemd lichaam. Het wordt omgroeid en doorwoekerd door vaatvoerend jong bindweefsel, dat afstamt van het periost en merg der omgeving, waarbij de jonge cellen zich direct tegen de vlakten van het doode been aanleggen. Deze cellen hebben de specifieke eigenschap been te vormen. Men ziet dan aan de buitenvlakten van het fragment reeds aan het einde der eerste week, om de mergholten en kanalen van Havers wat later, een laagsgewijze vorming van jong been direct tegen het doode been aan. Men ziet dus het doode been voortdurend kleiner worden, de zoom levend been eromheen wordt voortdurend grooter ten koste van het doode, zonder dat er verschijnselen, die op resorptie wijzen, worden gezien. Barth sprak dan ook van „schleichender Ersatz". Hij stelt zich voor, dat de beencellen, die tegen het doode been aanliggen, de bouwstoffen daarvan opnemen en direct weer verwerken. Door voortdurend meerdere lagen wordt eindelijk na maanden het doode beenweefsel door levend vervangen, nadat de beenige verbinding van het fragment met den rand van het defect in het been door een dergelijke afzetting van beenlamellen en balkjes gevormd is. Het is zeer merkwaardig, dat zelfs de kleinste beenspanen, zooals die bij het zagen ontstaan, gebruikt worden voorden opbouw van het nieuwe been. Aanvankelijk zijn deze door osteoid weefsel omsloten, later ziet men hen vaak als kern van beeneilanden, daar het nieuwe been zich ook hier weer direct tegen de splinters heeft aangelegd Dit beenvormingsproces is niet even sterk in alle deelen van het implantaat. Het is in de diepte der wond levendiger dan in de buitenste deelen, waar de regeneratie van het periost zekeren weerstand ondervindt. Ook komen er resorptieverschijnselen voor den dag, die niet alleen een verdwijnen van het oude, maar ook van nieuw gevormd been kunnen veroorzaken.

Bij pijpbeenderen is het principe der genezing hetzelfde. Hier gaat de nieuwvorming voornamelijk van het merg uit. Het periost stierf bij alle proeven tegelijkertijd met het been.

Indien het waar is, dat het geimplanteerde levende fragment als aseptisch, poreus vreemd lichaam ingroeit en bij

Sluiten