Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote dikte van de bindweefselachtige buitenste lagen is dus een nadeel.

Het gunstigste zijn daarom de verhoudingen aan de vrije wondranden van het periost. Hier liggen de weeke deelen immers direct tegen de cambiumlaag aan en is dus de grootste kans op behouden blijven voor deze laag en goede functie; zelfs zal van deze plek uit een minder gunstig gelegen deel van het periost, dat afgestorven is, geregenereerd kunnen worden.

Voor het getransplanteerde merg geldt hetzelfde. Directe en breede aanraking met de omgeving is de voornaamste conditie voor het in leven blijven. Implanteert men gesloten pijpbeenderen, dan verkeert van het merg alleen het eindstandige deel in deze goede conditie en de rest wordt necrotisch. Implanteert men echter in de lengte doorgesneden pijpbeenderen, dan is het blijven leven van groote deelen van het merg aan te toonen.

Het meest geschikte transplantaat is dus een in de lengte gespleten pijpbeen en dan bij voorkeur van hetzelfde individu, waarbij periost en merg behouden zijn en het periost vrij is van spierfragmenten. Ten einde de levenskans van het periost nog te verhoogen, raadt Axhausen aan, het periost van overlangsche insnijdingen te voorzien, waardoor de voeding der cambiumlaag begunstigd wordt.

Gebruikt men periostloos been, dan geschiedt de vervanging van het beenweefsel geheel vanuit het merg. Wat de geschiktheid der transplantaten aangaat, geldt hetzelfde als voor de periosthoudende stukken. Ook hier staat de autotransplantatie weer bovenaan.

Weldra werden nu ook eenige gevallen bekend gemaakt, waarbij transplantaten bij menschen microscopisch onderzocht konden worden en de resultaten met de beweringen van Axhausen te vergelijken waren.

Kon Frangenheim (1909) bij dierproeven en bij menschelijk materiaal niet uitmaken of het medenemen van het periost voordeel geeft bij het indrijven van een beenpen in been en of eigen materiaal de voorkeur verdient boven vreemd,

Sluiten