Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met dat bed. Transplantatie van been, zóó, dat het geheel in de spongiosa ligt, zooals dat met het transplantaat geschiedt bij de osteoplastische operatie voor fractura colli femoris, is niet systematisch onderzocht.

II.

De fractura colli femoris non invaginata was voor den medicus altijd een crux. Verschillende chirurgen hebben dan ook gepoogd langs operatieven weg hulp te verleenen. Verschillende methoden zijn toegepast. Naar Prof. Lanz mij mededeelde demonstreerde hij in 1905 in het Genootschap voor Natuur- Genees- en Heelkunde te Amsterdam een patiënt bij wien een schroef en een bij wien een agraaf was ingebracht. Ook heeft hij eens den boor,; waarmede de beide breukstukken aangeboord waren, in situ gelaten. Later heeft Koch aangeraden een ivoren stift te gebruiken en. daarmede goede resultaten bereikt. Ook Lanz heeft met deze methode goed resultaat gehad.

Het denkbeeld levend been te verplaatsen, zal natuurlijk de gedachte aan het nog idealer resultaat van een restitutio ad integrum kunnen wekken. In 1893 heeft Lanz voor dit doel voor het eerst van de fibula gebruik gemaakt, die hij in haar geheele lengte bij een patiënt inbracht, bij wien de tibia tengevolge van osteomyelitis totaal gesequestreerd was. Hij heeft dezen patiënt den Zwitserschen medici getoond als iemand, „die met zijn rechterbeen op zijn linker fibula liep." In 1912 heeft Albee een grootere reeks van ervaringen met beentransplantatie gepubliceerd. In ons land komt de verdienste, deze methode uit gewerkt te hebben, aan Noordenbos toe.

Poogt men zich aan de hand van de in het vorig hoofdstuk medegedeelde feiten een denkbeeld te vormen van wat er gebeurt bij de genezing van een met osteoplastiek behandelde fractura colli femoris, dan komt men niet tot een vaststaande meening.

Evenmin kan men op grond van deze feitenkennis over belangrijke kwesties eene beslissing nemen. Ik noem als

Sluiten