Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Voorkomen van Anaemie bij het Carcinoom.

De eerste vraag, die zich voordoet bij een bespreking van het in dit proefschrift behandeld probleem, is wel deze, of lijders aan kwaadaardige gezwellen steeds verschijnselen van anaemie vertoonen, of m.a.w. carcinoom en anaemie onvermijdelijk samengaan (onder anaemie wordt in dit proefschrift een vermindering van het haemoglobinegehalte van het bloed verstaan). Dit nu is geenszins het geval. Elk medicus kent voorbeelden van personen, wier geenszins bloedarm uiterlijk in schrille tegenstelling was met den ernst van hun kwaadaardig lijden. Een onderzoek van literatuur en eigen materiaal bevestigt dezen indruk volkomen.

In alle, dit onderwerp betreffende verhandelingen ') vindt men voorbeelden vermeld van carcinoom-patiënten, wier aantal roode bloedlichaampjes en haemoglobinegehalte niet waren verminderd. Zelfs het tegendeel komt voor. Speciaal van tumoren van den slokdarm en de cardia is het bekend, dat

') Men zie hierover:

Naegeli, Blutkrankheiten 3e Aufl. 1919.

Grawitz, Krankheiten des Blutes, 1902.

Türck, Klinische Haematologie, 1912.

Hirschfeld, Blutkrankheiten, 1918.

Schmidt in v. Noorden, Handbuch d. Pathologie des Stoffwechsels, 1907. Baradulin, Folia haematologica, Bd. 9, 1910.

Ménélreir, Gilbert et Thoinot, Nouveau Traité de Médecine, T. 13,1908.

Sluiten