Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt HEINRICHSDORFF1), een leerling van PAPPENHEIM, tot de conclusie, dat een zorgvuldige studie der gansche literatuur slechts 6 gevallen verzamelen kan, die den toetssteen der kritiek kunnen doorstaan; waar dus een carcinoom gevonden is, vergezeld door het volledige bloedbeeld der pernicieuze anaemie. Twee van deze zes gevallen, door HlRSCHFELD gepubliceerd, kan men volgens de schrijver niet anders uitleggen dan door deze bloedveranderingen als het gevolg van den tumor te beschouwen.

Onlangs is door WEINBERG 2) deze vraag nogmaals ter sprake gebracht. Hij beschrijft een patiënt met pernicieuze anaemie, bij wien zich in het verloop dezer ziekte de verschijnselen van een maagcarcinoom ontwikkelden. Het bloedbeeld veranderde toen in het gewone type der secundaire anaemie. Daarnaast vermeldt hij een geval van carcinoma ventriculi met pernicieus-anaemisch bloedbeeld ; de schrijver is hier echter geneigd de beide ziekten naast elkaar aan te nemen. De moeilijkheid echter, dat door alle onderzoekers niet hetzelfde onder pernicieuze anaemie wordt verstaan, dat de een op het klinische beeld afgaat, de ander alleen het bloedonderzoek in aanmerking neemt, doet zich in dezen zeer gevoelen.

Ook door mij is in de Groningsche kliniek een geval waargenomen, door VAN THIENEN 3) in een dit vraagstuk behandelend artikel vermeld, waar zich een (door operatie vastgesteld) maagcarcinoom ontwikkelde bij een patiënt, die reeds jaren alle typische verschijnselen der pernicieuze anaemie had vertoond. Het bloedbeeld veranderde daarbij niet.

Deze groote uitzonderingen daargelaten, is men het er over eens, dat als regel bij kankerlijders met bloedarmoede het beeld der secundaire anaemie wordt gevonden. Wij

') Dissertatie, Berlijn, 1912.

2) Zeitschr. f. kiin. Medizin, Bd. 85, 191S.

3) D. Archiv f. klin. Medizin, Bd. 131, 1920.

Sluiten