Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten erkennen nog geen antwoord te kunnen geven op de vraag, waarom, zij het dan ook slechts uiterst sporadisch, afwijkingen van dit type voorkomen.

Wat de verdere bijzonderheden van het microscopische bloedbeeld betreft, kan ik naar Hoofdstuk V verwijzen.

Bekend is het, dat de veranderingen in het bloed bij het carcinoom niet tot de erythrocyten zijn beperkt. Zoo vindt men, zoodra er een zekere graad van anaemie bestaat, een matige vermeerdering der bloedplaatjes, Belangrijker is de leukocytose (vermeerdering der polynucleaire neutrophile Leukocyten), die in vele gevallen wordt waargenomen. Men schrijft deze veelal aan een secundaire infectie vanuit het ulcereerend tumoroppervlak of aan een toxischen invloed van het gezwel zelf toe. Regel is deze vermeerdering der witte bloedlichaampjes echter niet, zoodat de hoop, die men op dit symptoom vroeger wel had gevestigd om het als een differentieel-diagnostisch kenteeken te kunnen gebruiken ter onderscheiding van het carcinoma van het ulcus ventriculi, niet in vervulling is gegaan.

In sommige gevallen zijn bij maligne tumoren ook myelocyten en myeloblasten in het periphere bloed aangetroffen. Meestal bestond dan een extreme graad van anaemie, waarbij deze mergreactie vaker wordt gezien, of waren metastasen van het gezwel in de beenderen opgetreden.

Aangezien het aantal der witte bloedlichaampjes voor het in dit proefschrift behandeld onderwerp geen verder direct belang heeft, zijn door mij geen tellingen der Leukocyten verricht.

Ik wil dit hoofdstuk niet eindigen, zonder met enkele woorden te vermelden, wat het proefondervindelijk tumoronderzoek bij dieren ten opzichte der anaemie heeft opgeleverd. Op de vraag, in hoever de bij muizen en ratten voorkomende maligne tumoren, met die van den mensch

Sluiten