Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergeleken kunnen worden, een veelbesproken strijdpunt, kan op deze plaats niet worden ingegaan.

KABIERSKE1), HlRSCHFELD2), SCEZI3) en CHISHOLM4) constateerden bij snel groeiende muizecarcinomen, die den dood van het proefdier tengevolge hadden, reeds na betrekkelijk korten tijd (14—16 dagen) een duidelijke daling van het haemoglobine-gehalte en van het aantal erythrocyten; de eerste gewoonlijk relatief meer dan de laatste. In het verdere verloop werden soms uiterste graden van anaemie bereikt (tot 15'Vo haemoglobine). Gewoonlijk bleef de bloedarmoede tot matigen graad beperkt (50-70 '/o haemoglobine), waarbij — en het is van belang daarop de aandacht te vestigen — ulceratie van de tumoren dikwijls ontbrak. In de meeste gevallen werd ook een leukocytose aangetroffen, zonder dat bacteriologisch microorganismen in het bloed aangetoond konden worden. Wij zien in het experiment dus een duidelijken invloed van den tumor op het bloed.

') Folia haematologica, Bd. 20, 1915.

2) D. Medizin. Wochenschrift, 1911, gecit. v. Kabierske, 1. c.

3) Centralblattt f. Bacteriologie 1912, gecit. v. Kabierske, 1. c.

4) Journ. of Pathology and Bacteriology. 19! 1, gecit. v. Kabierske, l.c.

Sluiten