Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Theorie├źn over de wijze van ontstaan der anaemie bij het carcinoom.

In den loop der laatste 50 jaar, sinds het klinische bloedonderzoek meer geregeld wordt toegepast, heeft het niet ontbroken aan pogingen om tot een verklaring te geraken van de bij carcinoomlijders veelvuldig waar te nemen anaemie. Om deze pogingen te kunnen waardeeren, is het goed eerst een oogenblik stil te staan bij de vraag, door welke oorzaken anaemie in het algemeen kan optreden. Het zijn de volgende:

a. bloedverlies.

b. verhoogde bloedafbraak in het lichaam.

c. onvoldoende aanmaak van bloed.

Voorbeelden van a zijn te talrijk om nadere bespreking te behoeven.

Verhoogde afbraak van bloed wordt het duidelijkst waargenomen bij verschillende vergiftigingen, ik noem b.v. chloras kalicus, pyrodin. Ook bij de pernicieuze anaemie en bij den haemolytischen icterus wordt door de meeste onderzoekers aan een vermeerderden ondergang van roode bloedlichaampjes overheerschende beteekenis toegekend, terwijl enkelen, althans bij de eerste dezer ziekten, de functie van het beenmerg meer op den voorgrond plaatsen. Dat insufficientie van het beenmerg, hoe dan ook ontstaan, in vele gevallen van anaemie in meer of mindere mate in het spel is, moet wel worden aangenomen, ofschoon wij dezen factor, zooals verder blijken zal, moeilijk

Sluiten