Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een regressieve toestand van het lichaam, zich openbarend in een gevoel van zwakte, in vermagering, in anaemie, in een eigenaardige grauwe, dikwijls iets grauwgele huidskleur en soms gepaard gaand met oedemen aan de laagliggende lichaamsdeelen.

Reeds sedert eeuwen als een gevolg van „bederf der levenssappen" bestempeld, werd vroeger de cachexie, voor zoover zij bij lijders aan kwaadaardige gezwellen voorkwam, als een uiting van een „carcinoomdiathese" beschouwd, op welker bodem later de tumor was ontstaan. G. BAYLE !) is de eerste geweest, die den juisten, omgekeerden samenhang inzag en vaststelde, dat van cachexie pas sprake is, als het gezwel een zekere ontwikkeling heeft bereikt. Men had echter reeds ingezien, dat allerlei andere sleepende ziekten, langdurige etteringen, tuberculose, arteriosclerose, chronische vergiftigingen met stoffen als morphine, kwik, lood, phosphor e. a. aanleiding kunnen geven tot een soortgelijk verval van den patiënt. Toch is dit vraagstuk eerst bij de kanker nader bestudeerd.

Reeds werd opgemerkt, hoe lang niet alle carcinoomlijders in het verloop van hun ziekte dit eigenaardig verval vertoonen. Talrijke patiënten met een kwaadaardig gezwel der mamma houden tot kort voor het eind van haar leven haar vetlaag en sterven pas, nadat metastasen in longen, pleura of elders zijn opgetreden. Hetzelfde geldt voor vele andere tumoren, in 't bijzonder dan wanneer zij in organen voorkomen, die niet direct met de buitenwereld in verbinding staan.

Reeds oude onderzoekers had het getroffen, dat men haar in 't bijzonder bij ulcereerende tumoren ontmoet, zoodat zij aan een resorptie van giftige stoffen door het vervallen oppervlak denken.

Mogelijk is ook de opname in het bloed van giftige stoffen

1 Traité des maladies cancéreuses, 1816, gecit. v. J. Wolff, 1. c.

Sluiten