Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het doen terugkeeren van het oude pigmentvolume (haemoglobinegehalte X totaal volume bloed) werd nagegaan. Uitsluitende koolhydraattoediening of voeding met gedroogd witte brood en geroomde melk belemmerde de nieuwvorming, terwijl gekookte lever of vleesch deze aanmerkelijk versnelde.

Zijn er op deze wijze voor een invloed van eenzijdige voeding op de samenstelling van het bloed argumenten aan te halen, op veel minder vasten grond bevinden wij ons, als wij letten op de uitwerking van in hoeveelheid onvoldoende, qualitatief echter normale voeding.

In den honger deelt het bloed in het algemeene gewichtsverlies en wel in sterke mate. 27—48 pCt. gaat volgens verschillende schrijvers verloren (zie bij brugsch '). In het serum kan daarbij een vermindering van het eiwitgehalte worden waargenomen. Qualitatief verandert het bloed echter bij dezen toestand niet; soms werd wel een vermeerdering van het aantal bloedlichaampjes aangetroffen (V. HöSSLIN2), E. grawitz3); onderzoekingen bij de hongerkunstenaars cetti en breithaupt door lehmann, Fr. MüLLER, munk, Senator en ZunTZ4). Wij hebben dus in den honger met oligaemie en niet met hetgeen men anaemie pleegt te noemen te maken. Slechts bij het herstel van den hongertoestand kan door de snelle ophooping van vocht in het lichaam van het proefdier en de daarmede niet gelijken tred houdende regeneratie van haemoglobine en roode bloedlichaampjes een bloedverdunning optreden, die de nu duidelijke anaemie verklaart.

De invloed van de gebrekkige voeding op de samenstelling van het bloed bij kankerpatiënten is dus nog niet in alle opzichten te overzien. Aangezien echter anaemie bij

•) in Oppenheimer, Handbuch der Biochemie, Bd. IV, 1, 1911.

2) München. Medizin. Wochenschrift, 1888; gecit. v. Grawitz.

3) Berliner klinische Wochenschrift, 1895.

4) Virchows Archiv.; Bd. 131, Beiheft, 1893.

3

Sluiten