Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Ondergang der roode bloedlichaampjes.

Evenals alle cellen van ons lichaam kennen ook de erythrocyten haar tijd van vorming, bloei en ondergang. Door het ontbreken van een kern zijn zij bij de zoogdieren niet tot zelfstandige vermeerdering in staat en is haar regeneratie geheel van de functie van het beenmerg afhankelijk. Hierover zal in een volgend hoofdstuk gehandeld worden. Wij bespreken hier de wijze, waarop zij haar normaal einde vinden en uit de bloedbaan verdwijnen.

De nauwkeurige levensduur van een rood bloedlichaampje is niet bekend, zal ook wel niet altijd dezelfde zijn. Uit experimenten en waarnemingen bij bloedtransfusies

(Worms-Müller1), Quincke2), W. Schultz3), Boycott en douglas4), heeft men meenen af te mogen leiden, dat zij nog 8-22 dagen bij het ontvangende individu blijven circuleeren. De totale levensduur zou dan op ongeveer 2 X zoolang geschat kunnen worden. De uitkomsten der recente onderzoekingen van ashby5) wijzen echter op een langer tijdsverloop. Hij transfundeerde bij personen van groep I volgens moss (roode bloedlichaampjes worden door sera

i) Arbeiten aus dem physiologischen Institut in Leipzig 1873.

s) D. Archiv f. klin. Medizin, Bd. 25 en 27, 1880.

3) D. Archiv f. klin. Medizin, Bd. 84, 1905.

4) Journ. of Pathology and Bakteriology, Vol. 13 en 14, 1909 en '10.

5) Journ. of experim. Medecine. V. 29, 1919.

Sluiten