Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig ingelicht. Een deel wordt omgezet tot galkleurstof en als zoodanig grootendeels uitgescheiden.

Anderen meenen ook haemoglobine in de miltader te hebben kunnen aantoonen (b.v. BANTI1) WeiL2), vergel. hierover de opmerkingen van hijmans van den BERGH3), hetgeen door krumbhaar4) in zijn experimenten niet kon worden bevestigd. Het ijzer blijft gedeeltelijk in de milt liggen (waaraan dit orgaan zijn constant, betrekkelijk hoog gehalte aan deze stof heeft te danken), gedeeltelijk komt het in kleine hoeveelheid in de lever terecht en blijft aldaar gedeponeerd. Uit beide organen zou een geregeld transport naar het beenmerg plaats vinden, waar het voor de bloedvorming opnieuw kan worden gebruikt.

Niet algemeen echter wordt deze kringloop van het ijzer aangenomen. ChEVALLIER5), een leerling van ROGER, acht het waarschijnlijker, dat het door bloedafbraak vrijkomende ijzer uitgescheiden wordt, terwijl slechts het uit het voedsel opgenomen Fe door het beenmerg zou worden gebruikt. Het zou te ver voeren hier alle argumenten, die vóór en tegen deze opinie pleiten, op te sommen; ter gelegenheid van de bespreking van het ijzergehalte van milt en lever komen wij trouwens nog op dit vraagstuk terug.

Uit welke symptomen kunnen wij nu besluiten tot een verhoogde bloedafbraak? Naar mate onze kennis omtrent den physiologischen ondergang der erythrocyten zich uitbreidt en op betere gronden kan steunen dan nu het geval is, zullen ook meer verschijnselen bekend worden, die ons deze destructie duidelijk zullen maken. Voorloopig staan ons nog

') I. c.

2) Travaux de 1'Institut Solvay, 1912.

3) Die Gallenfarbstoff im Blute, 1918. *) 1. c.

5) Thèse de Paris, 1913.

Sluiten