Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeveelheid in het serum kan worden aangetoond. Door haar bekende reacties kan de galkleurstof echter betrekkelijk gemakkelijk herkend worden en heeft daarom ook het eerst en het meest de aandacht getrokken. Er komen echter vrij dikwijls anaemiën voor waar alles er op wijst, dat het haemoglobine in meer dan normale mate wordt afgebroken, van bloeding naar buiten geen sprake is, het beenmerg waarschijnlijk voldoende tot nieuwvorming in staat is en men desalniettemin tevergeefs naar een verhoogd bilirubinegehalte zoekt. Men betitelt dergelijke gevallen gemeenlijk met den naam van „anaemia gravis", zonder zich over de wijze van ontstaan van deze, gewoonlijk tot den dood leidende bloedarmoede uit te kunnen laten. Bij onze tegenwoordige kennis van de in het lichaam mogelijke afbraak van het haemoglobine kan daarover voorhands ook nog niets zekers medegedeeld worden.

In vitro is het wel gelukt talrijke ontledingsprodukten der bloedkleurstof tot aan haar eenvoudigste componente, het haemopyrrol, af te scheiden en in hun belangrijkste eigenschappen te leeren kennen, maar voor ons doel hebben deze zeer gewichtige onderzoekingen, die wij in het bizonder aan PlLOTY, KüSTER en H. FlSCHER te danken hebben, voorloopig nog geen beteekenis gekregen. Noch hun chemische, noch hun spectroscopische eigenschappen maken het aantoonen van deze stoffen in de lichaamsvochten mogelijk.

Het is trouwens de vraag, of wij deze stoffen eventueel in de bloedbaan zouden moeten zoeken of dat het waarschijnlijker is, dat zij als tusschenprodukt der ontleding tijdelijk in organen als de milt te vinden zouden zijn, om daarna spoedig uiteen te vallen in nog eenvoudiger bestanddeelen, die men naast andere eiwitten en haar bouwstoffen thans nog niet kan aantoonen. Aan de toekomst moet het overgelaten worden op deze vraag het antwoord te geven.]

Door het bezit van een ijzeratoom onderscheidt zich het

Sluiten