Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reagens van EHRLICH toegevoegd en vervolgens zoover met water verdund, dat bij spectroscopische bezichtiging achtereenvolgens de streep van het urobilinogeen, daarna die van het urobiline verdwijnt. De voor normale ontlasting noodzakelijke verdunning is eerst vastgesteld en werd betrekkelijk constant gevonden.

Andere schrijvers bepalen het urobiline en urobilinogeen quantitatief met het spectroscoop in den met het emmertje van ElNHORN verkregen duodenaalinhoud (STEPP '), SCHNEIDER 2). Soms werden goede resultaten verkregen; anderen vermelden uiterst wisselende uitkomsten.

Tegen deze verschillende methoden zijn belangrijke bedenkingen in te brengen. De Duitsche schrijvers houden m.i. niet voldoende rekening met de tijdens het uitvoeren der reactie plaats vindende oxydatie van het urobilinogeen tot urobiline, een bezwaar, dat door WlLBUR en ADDIS is ondervangen. Een ander gebrek ligt in het wezen der reactie met dimethylparaamidobenzaldehyd. Dit geeft in het algemeen rood gekleurde verbindingen met chemische lichamen, die een pyrrolkern bezitten met een aan een ring-C-atoom niet vervangen H-atoom. Behalve urobilinogeen hebben ook tryptophaan, indol, skatol en haematoporphyrine, om slechts de belangrijkste stoffen, die geregeld of soms voorkomen, te noemen, een dergelijke ring in hun molecule. Zelfs is dan ook deze reactie indertijd aangegeven voor een quantitatieve indolbepaling in de faeces. En nu moge de hoeveelheid dezer laatstgenoemde verbindingen in de ontlasting wel gering zijn, de nauwkeurigheid der methode als urobilinogeenmeting moet door haar aanwezigheid toch belangrijk lijden.

Bovendien is het mogelijk, dat door de werking van bacteriƫn (en misschien ook van de maag- of darmsappen) ook uit het chlorophyl derivaten ontstaan, die de aldehyd-

') Wiener klin. Wochenschrift, 1919.

2) Journ of the Americ. Medical Associalion, 1920.

Sluiten