Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den opbouw van het haemoglobinemolecuul en dat het bij de bloedafbraak vrijkomend Fe wordt uitgescheiden, dan is het mogelijk, dat bij storing van deze laatste functie siderosis lienis et hepatis zal kunnen worden aangetroffen. Vooralsnog zijn de bewijzen voor deze meening echter nog niet gebracht, ofschoon MUIR en DUNN ') en ROTH 2) deze veronderstelling bij den „diabète bronzé" maken en door Fr. MüLLER 3), e.a. de groote ijzervoorraad van deze organen bij sommige hongerdieren aan dit proces wordt geweten.

Bij Fransche schrijvers kan men herhaaldelijk de meening verdedigd vinden, dat bij sommige ziekten de lever door een overmatige en abnormale functie („hyperhepatie") het ijzer, dat haar door het bloed wordt toegevoerd, in den vorm van een pigment neerslaat, zonder dat er in het lichaam overigens sprake van een verhoogde bloedafbraak is. De siderosis der „cirrhoses pigmentaires" zou hiertoe gerekend moeten worden (CASTAIGNE en CHIRAY4).

Ook in de nieren zal men bij anaemiën met verhoogde bloedafbraak siderosis kunnen aantreffen. Volgens PEYTON ROUS en OLIVER 5), die hierover de laatste jaren belangrijke onderzoekingen verrichten, zou bij plotselinge, intensieve haemolyse, als bij acute malaria, verbrandingen, experimenteele trypanosomeninfecties en bloedtransfusies het ijzer vooral in milt, beenmerg en sommige lymphklieren opgestapeld worden. Bij chronisch en minder sterke bloeddestructie zouden lever en nieren zich hierbij aansluiten (haemolytische icterus, pernicieuze anaemie, „diabète bronzé, herhaalde, kleine bloedtransfusies). Met ferrocyaankali en zoutzuur kan het haemo-

') Journ. of Pathology a. Bacteriology. V. 19. 1913—14.

z) D. Arch'v. f. klin. Medizin, Bd. 117, 1914.

3) Virchows Archiv, Bd. 131, suppl.

4) Maladies du Foie, 1910.

5) Journ. of experiment Medecine, V. 28, 1918.

Sluiten