Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel bekend, dat zoowel de vet- als de glycogeenvoorraad der lever zeer kan wisselen, zoodat, te meer, waar deze beide stoffen de voornaamste bestanddeelen der droge substantie uitmaken, fouten niet zijn te vermijden. Het heeft mij daarom juister geschenen de stikstof als vergelijkend element te kiezen. Het spreekt van zelf, dat ook de N.-hoeveelheid niet constant is. (FlSCHLER1) kon zelfs een lichten graad van eiwitmesting van de lever van zijn proefdieren opwekken), practisch komt dit toch veel minder in aanmerking, al zal uit mijn uitkomsten blijken, dat deze factor waarschijnlijk toch niet geheel zonder beteekenis is. Bovendien voorkomt men op deze wijze de correctie, die door sommige schrijvers bij hun bepalingen in de droge substantie noodzakelijk is geacht, n.1. een extractie van de lipoiden met aeth?r. (HUECK2), SAMUELY 3)). Nadat ik aldus aan de ijzertitratie een stikstofbepaling volgens KjEHLDAL had toegevoegd, bleek het mij, dat reeds vroeger door PHILIPPSON 4) dezelfde methode was toegepast, die hiermede eveens bevredigende resultaten kon verkrijgen.

Kort samengevat is door mij van de volgende techniek gebruik gemaakt:

Kleine stukjes lever en milt (+ 5 gram) worden met glas tot een breiachtige massa gesneden. Daarna worden zij boven stevig gecomprimeerde watten met water doorspoeld, totdat in de doorgeloopen vloeistof geen haemoglobinestreep meer met het spectroscoop valt te ontdekken. Vervolgens worden zij met 10 gr, K2 S04 en 30 cc. geconc. H2 S04 in een kjehldalkolf verascht. Na ontkleuring wordt een kleine hoeveelheid gedestill. water toegevoegd, + 15 min. gekookt,

') Physiologie und Pathologie der Leber, 1916.

2) l.c.

3) D. Archiv. f. klin. Medizin, Bd. 89, 1907.

4) Dissertatie Breslau, 1904.

Sluiten