Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fe

Voorbeeld van een berekening van den ^ coëfficiënt:

Milt: gehalte 0.36; voor de neutralisatie is 10 cc. 10% NaOH gebruikt.

In 1 cc. der vloeistof komt voor:

1 36 5 56

J x Ï55 x ë x 3 x s555"= 0 0021 m9r' Fe'

Het hierin aanwezig H,SOt bevat:

95 138"

1520 * 10000 = 0.00°83 mgr. Fe

Het hierin aanwezig K:,SO, bevat:

10" 1 106

■XtX—= 0.00017 „ „

152 4 10000

0.0010

0.0011 mgr. Fe.

In het orgaanstukje bevindt zich 152

X 200 X 0.0011 = 0.669 mgr. Fe.

50

N bepaling: de uit 100 cc. vloeistof overgedestilleerde

NH3 wordt gebonden door 26.7 cc. 0.1 N. HC1,

hetgeen beantwoordt aan 37.49 mgr. N. In

200 cc. vloeistof komen dus voor 74.98 mgr. N.

Fe 0.669

De ^"coëfficiënt bedraagt ^ gg —• 0.0089.

Het is niet gemakkelijk levers en milten tot onderzoek te verkrijgen, wier ijzergehalte als ongeveer normaal mag worden aangenomen. Ik heb getracht aan dit bezwaar tegemoet te komen door vooreerst materiaal te onderzoeken van personen, die een niet te langdurige ziekte achter den rug hadden en door een zoo groot mogelijk aantal niet-carcinoomgevallen ter vergelijking te nemen.

Sluiten