Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruik van dergelijke sera bij anaemische toestanden wordt aangeraden. Zijn leerling delaflandre') bericht over gunstige resultaten. Echter moet worden opgemerkt, dat door latere onderzoekers, ook al laten zij aan de theoretische grondslagen van carnot's opvattingen recht wedervaren, dergelijke uitkomsten niet verkregen zijn (d. Gerhardt2), Morawitz 3); men hoort de laatste jaren dan ook weinig meer van deze opotherapie.

Dat de in het lichaam ten ondergegane roode bloedlichaampjes beteekenis hebben voor de bloedregeneratie, kan men afleiden uit de onderzoekingen van rltz4) en itamp), Zij constateerden, dat proefdieren zich langzamer herstelden van een anaemie door uitwendige bloeding dan van een even sterke, opgewekt door inspuitingen met pyrodine. In het laatste geval blijven de bloedresten uit den aard der zaak grootendeels in het lichaam en kunnen dus of zelf voor de nieuwvorming gebruikt worden öf'als prikkel voor het beenmerg dienen. kepinow6) meent daarbij aan de lipoïden der erythrocyten de grootste beteekenis te moeten toekennen, een opvatting, die tot nu toe niet nader is bevestigd. (Zie ook onder H, zuurstofverbruik der roode bloedlichaampjes).

Ook met deze kennis van zaken blijft de vraag onbeantwoord, welke prikkels het beenmerg tot nieuwvorming aanzetten, zoowel in physiologische als pathologische omstandigheden. Ofschoon men, in 't bizonder bij anaemiën, gedacht heeft aan de zuurstofarmoede tengevolge der haemoglobinevermindering, is dit in nauwkeurige gasanalytische onderzoekingen niet

1) Thèse de Lille, 1909-'19.

2) Verhandl. d. Korur. f. innere Medizin, 1910

3) Ergebnisse der inneren Medizin. Bd. 11, 1913.

4) Folia haematologica, Bd. 8, 1909.

5) Arch. f. exper. Pathologie u. Pharmacologie, Bd. 62, 1910.

6) Biochemische Zeitschrift, Bd. 30, 1910.

Sluiten