Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevestigd kunnen worden. ') Ook andere verschijnselen der anaemie (als b.v. de posthaemorrhagische leukocytose) kunnen moeilijk door O-armoede worden verklaard..

Het is dus beter te erkennen, dat wij thans nog ver van de oplossing van dit vraagstuk af zijn en dit aan voortgezet onderzoek zullen moeten overlaten.

Dat intusschen behalve de genoemde, talrijke andere invloeden op het beenmerg werkzaam zijn, is ons de laatste jaren wel duidelijk geworden, ook al is men in veel opzichten ook hier nog niet verder dan tot vage voorstellingen gevorderd. Ik herinner aan de interressante onderzoekingen van E. FRANK2), die een antagonisme tusschen milt en beenmerg, speciaal wat het myeloide gedeelte betreft, aangenomen heeft. De sterke graden van leuko- en thrombopenie bij bepaalde vormen van splenomegalie zouden daarop wijzen. Het is hier niet de plaats op deze vraag verder in te gaan; alleen wil ik opmerken, dat ik in talrijke gevallen de waarnemingen van FRANK heb kunnen bevestigen, zonder mij daarom geheel bij zijn verklaring aan te sluiten (vergel. ook KAZNELSON 3). Ook bij de anaemie van den morbus Banti wordt door verschillende schrijvers aan een remmenden invloed van de milt op het beenmerg gedacht (ISAAC 4).

:) Men zie de literatuur bij:

Kuhn, M√ľnchen. Medizin. Wochenschrift 1907.

Deutsche Medizin. Wochenschrift 1909.

Priese, Zeitschrift f. exper. Pathol, u. Therapie. Bd. 5, 1909.

Haldane, Journ. of Physiology V. 32, 1905; V. 37, 1908; V. 38,1909

Fitzoerald, Journ. of Pathoiogy and Bacteriology V. 14, 190?-'10.

Bieling, Biochemische Zeitschrift, Bd. 60, 1914.

Morawitz, Ergebnisse der inneren Medizin, Bd. 11, 1913.

2) Berlin. klin. Wochenschrift 1915, '16 en '17.

3) Zeitschr. f. klin. Medizin. Bd. 83, 1916; D. Archiv. f. klin. Medizin. Bd. 128, 1913.

4) Therapeutische Halbmonatshefte, Bd. 34, 1920.

Sluiten