Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk kan ik op de chlorose wijzen, waarbij door vele onderzoekers aan een remmenden invloed van de interstitieele eierstokklier op het beenmerg, hetzij direct, hetzij via andere organen met interne secretie wordt gedacht (V. NOORDEN '), NAEGELI2) e.a.) Ook bij den Morbus Addisonii en het myxoedeem worden dikwijls matige graden van anaemie aangetroffen, die vermoedelijk op deze wijze verklaard moeten worden (NAEGELI3). Hoe groot trouwens het constitutioneele moment bij de bloedziekten is, blijkt ook uit het welbekende feit, dat niet alle dragers van den bothriocephalus latus de bloedarmoede van het type der perniciosa krijgen, ofschoon hier natuurlijk de medewerking van anderen, exogene factoren niet geheel uitgesloten kan worden (vergel. BAliER 4).

Wij zien uit deze korte opsomming, dat er talrijke invloeden zijn, die op het beenmerg kunnen inwerken, al is voorloopig de beteekenis dezer verschillende factoren bij de meeste anaemiën uiterst moeilijk te schatten.

Dat er inderdaad gevallen van bloedarmoede voorkomen, veroorzaakt door onvoldoende werking van het merg, staat wel vast. De duidelijkste voorbeelden daarvan zijn de anaemiën bij tumoren van het beenmerg, hetzij primaire (myelomen), hetzij secundaire (carcinomen, sarcomen, sommige gevallen van myeloide en lymphatische leukaemie). Hierbij wordt het erythroblastenapparaat door den progressieven groei van het pathologische weefsel vernietigd en blijven slechts enkele verspreide haarden over. Men treft dan een matige graad van bloedarmoede aan, gepaard aan de eigenaardigheid, waarop reeds gewezen werd, dat in het praeparaat talrijke

') Nothnagel, Spez. Pathologie u. Therapie, BJ. 8.

2) Blutkrankheiten, 1919.

3) Folia haematologica, Bd. 25, 1920.

<) Konstitutionelle Disposition zu inneren Kiankheiten, 1917.

Sluiten