Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Resultaten werden op deze wijze echter slechts zelden verkregen, aangezien het weefsel in den tijdsduur verloopen tusschen het ocgenblik van overlijden en dat der sectie reeds zoodanig veranderd was, dat van een quantitatieve vergelijking van normaal en carcinoommerg geen sprake meer kon zijn, Bovendien lijdt een dergelijk onderzoek steeds aan het groote nadeel, dat uit den aard der zaak slechts enkele beenderen geopend kunnen worden en de verdeeling van het roode beenmerg over het lichaam soms onregelmatig is, waardoor men uit het vinden van vetmerg in het ééne femur niet tot een soortgelijken toestand in het andere mag besluiten. Na meerdere vergeefsche pogingen zag ik uit deze overwegingen van verder onderzoek af en wil hier slechts enkele gegevens uit de literatuur vermelden.

SCHUR en LOEWY1) berichten over den toestand van het merg bij een groot aantal anaemische patiënten, waaronder 13 gevallen van carcinoom, Zij maakten strijkpraeparaten van het femur, Een bepaalde verhouding tusschen den graad der bloedarmoede en het uitzien van de medulla konden zij niet constateeren, ofschoon wel in 't algemeen rood celmerg aangetroffen werd, indien een zekere mate van anaemie bestond, Ik haal enkele voorbeelden aan:

v., 39 jaar, ca uteri: haernoglobine 33 %, r. bl.1. 3.200000.

'/3 van het merg is rood met een gemiddeld aantal normoblasten.

ra., 66 jaar, ca ventriculi: haernoglobine 18 %, r. bl.1. 2.000000,

totaal vetmerg, bijna geen normoblasten. v., 72 jaar, ca ventriculi: haernoglobine 35 % r. bl.1. 3.300000.

totaal vetmerg, bijna geen normoblasten. m., 61 jaar, ca hepatis et vesicae fel'leae: haemogl. / 6 %> r. bl.1. 4.900000.

72 van het merg is rood, weinig normoblasten.

») Zeitschr. f. klin. Medizin, Bi. 40, 1903.

Sluiten