Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hier bestaat er strijd over, of men de aanwezigheid van veel vitaal gekorrelde erythrocyten als een degeneratieteeken dan wel als een regeneratieverschijnsel moet opvatten. Haar regelmatige aantoonbaarheid bij het embryo en in het merg en bloed van gezonde volwassenen pleit zeker voor de laatste meening, die dan ook door de meeste onderzoekers is aanvaard (vergel. FERRATA ').

Onder talrijke pathologische omstandigheden wordt deze korreling in meer dan normale mate aangetroffen; hier heeft de haemolytische icterus de grootste vermaardheid verkregen, vooral sinds Fransche schrijvers hierop onze aandacht hebben gevestigd. Daarnaast treft men haar echter ook aan bij alle andere vormen van bloedarmoede, al kenmerken zich de anaemiën met vermeerderde bloedaf braak gewoonlijk ook door een sterker op den voorgrond treden van deze eigenaardigheid.

Langzamerhand is dientengevolge de opvatting ontstaan, dat wij in deze vitale korreling een belangrijk symptoom van voldoende beenmergfunctie moeten zien, in zoover als hiermede de tegenwoordigheid van normale, jonge bloedcellen, kort geleden uit het merg losgelaten, in de periphere circulatie wordt bewezen. In talrijke publicaties van de laatste jaren komt deze meening tot uitdrukking (naegeli2), vaquez3), MlNOT4) Vogel en Mc. Curdy5), Pepper en Peet6), Musser7), Rieux8), Harrop9), Cunningham 10), Robertson ").

') Folia haematologica, Bd. 9 en 10, 1910.

2) Blutkrankheiten, 1919.

3) Buil. et mém. Soc. médic. des höpit de Paris, 19C7.

4) American Journal of the medical sciences, 1916.

5) Archives of internal niedecine, 1913, gecit. v. Minot, 1. c.

6) Archives of internal medecine, 1914, gecit. v. Minot, I. c.

7) ibid.

8) Archives des maladies du coeur et du sang, 1920.

9) Archives of internal medecine, V. 23, 1919.

10) Archives of internal medecine, Vol. 26, 1920.

u) Journ. of experimental medecine, V. 26, 1917.

Sluiten